Ode aan je Leven

06 - 489 64 655

Nieuwste blog - Meisje van veertien


Meisje van veertien

 

 

Veertien was ik en ik fietste van school naar huis.

 

"Is dit de weg naar X?" vroeg hij, een voor mij vreemde man. Met zijn fiets aan de hand stond hij langs de kant van de landweg te wachten. "Moet jij ook die kant op?" vroeg hij vervolgens, terwijl hij op zijn fiets stapte. Je kon daar eigenlijk maar één kant op, het antwoord kon hij raden. 

 

Na alles wat mijn ouders mij over onbekende mannen hadden geleerd, kon ik maar aan één ding denken: fietsen, Es!!! "Ik moet naar pianoles," riep ik nog, beleefd achteromkijkend. "Ik ben al laat. Ik fiets heel snel."

 

Ondertussen berekende ik in een split-second mijn kansen. Omkeren, terug naar school, wilde ik niet. Een akelige weg vol bosjes, met daarna een stukje industrieterrein en dan pas het dorp... Brrrrr, nee. Ik dacht aan mijn oudoom en -tante, waar ik - als ik verder zou fietsen - over een kilometer zou zijn én aan de fietsenmaker vóór het laatste eenzame stuk... Mijn vluchtheuvels voor als het nodig mocht zijn. Ik koos ervoor om door te fietsen.

 

Verrek, wat kon die oude kerel fietsen zeg! Hij hield me bij en zei het ene suggestieve na het andere. Ik hoorde méér over piemels en sex dan ik in mijn jonge leven tot dan toe had gehoord...

 

Als in trance fietste ik mijn familie voorbij. Hoe kon ik daar aanbellen? Ik was nog nooit bij hen op visite geweest, zag ze alleen op verjaardagen.... Ook het volgende baken, de fietsenmaker weer twee kilometer verderop, waar ik heus wel even naar huis had mogen bellen, liet ik ongemoeid. Na het bellen zou ik immers nog steeds naar huis moeten fietsen en ik voorzag dat hij dan verderop op mij zou wachten. Dat leek me verschrikkelijk, dan liever doorfietsen...

 

Mijn hart klopte in mijn keel... dit voelde niet goed. Toch had ik ook vertrouwen. Vertrouwen in mijn sterke, getrainde lijf en dat ik, als het erop aan zou komen, deze viezerik van zestig plus, fysiek wel aan zou kunnen. 

 

Ik heb het gered: in hoog tempo fietsend, beheerst en ogenschijnlijk relaxed (mee-)babbelend. Na zeven kilometer platteland fietsten we mijn geboortedorp binnen. Ik sloeg rechtsaf voor de laatste kilometer naar huis, hij linksaf.

 

Thuis wachtte mij de volgende verrassing: mijn moeder. Zij schrok van mijn verhaal, natuurlijk! Echter ze ging (voor mijn gevoel) totaal voorbij aan mijn ervaring, mijn angst en onzekerheid, de keuzes die ik had gemaakt en waarom, de bibbers en de euforie. Zij toonde geen empathie, niets. Na het gebruikelijke kopje thee ging ik naar boven om mijn huiswerk te maken. Out of the blue kwam ze plotseling mijn kamer binnen, hysterisch, volledig in paniek. Natuurlijk was zij blij dat ik heelhuids was thuisgekomen, echter dat herinner ik mij niet. Ik herinner mij vooral haar boze hysterie en de verwijten, waar ik op dat moment niets mee kon. Als volwassene kan ik nu begrijpen dat boos en bang dichtbij elkaar liggen, toen niet. Van vluchten, vechten of bevriezen als onwillekeurige reactie op een té spannende situatie had ik toen nog nooit gehoord. Niet de gebeurtenis zelf, maar met name de ongetwijfeld goedbedoelde reactie van mijn moeder heeft mij bang gemaakt. Ongekend bang.

 

Beroofd van mijn zelfvertrouwen heb ik in de drie jaar daarna de dagelijkse afstand van twee keer tien kilometer nooit meer alleen durven fietsen. Vooral de terugweg 's middags vormde een probleem. Het eerste jaar lukte het meefietsen wel aardig. Na mijn pakketkeuze werd dat moeilijker, lesroosters sloten niet meer aan. Ik spijbelde soms een laatste uur om met mijn zus, de jongens of vriendinnen mee te kunnen fietsen. Ik ontmoette nul begrip, niet op school en niet thuis. Ik stelde mij aan, vond men. Er zat niets anders op dan te doen wat mij verteld werd en flink te zijn. Ik probeerde mijn angst te onderdrukken en was blij wanneer ik 's winters klompen kon dragen als het extreem koud weer was... Nog zeker dertig jaar heb ik op extreme wijze last gehad van mijn niet-meer-durven. Dit had een grote sociale impact. In mijn studententijd heb ik er veel leut, gezelligheid en feestjes door aan mij voorbij laten gaan. En, hoewel het ergste achter de rug is, zijn er nog steeds dingen waar ik geen plezier aan beleef of die ik niet doe en die ik aan die gebeurtenis kan relateren. Mijn vertrouwen heeft er een deuk door opgelopen die moeilijk heelt en ook de rolverwisseling die die dag plaatsvond heeft verstrekkende gevolgen gehad en nog steeds.

 

Gelukkig is anno 2017 de hulp aan kinderen en jongeren die iets indrukwekkends meemaken sterk verbeterd. Tegen ouders zou ik willen zeggen: waarschuwen is goed, maar weet wát je zegt en op welke manier je dat doet. Zíe je kind, toon begrip en biedt troost. Paniek werkt averechts. En aan alle meiden in Nederland: we wonen in een prachtig land, met heel veel goede mensen, maar ook met gekken helaas. Respecteer als meiden elkaar, erken elkaars kracht én kwetsbaarheid, wacht op elkaar en verplaats je samen! Beste jongens en mannen van alle leeftijden, heel simpel: toon respect voor vrouwen en meisjes en gedraag je daar ook naar. Je hebt het recht niet, nooit!

 

De gebeurtenissen van de afgelopen dagen, het gewelddadige overlijden van Savannah en Romy, raken mij. Wat er is gebeurd is afgrijselijk in de ergste zin van het woord! Ik heb geluk gehad. Ik heb de wijsheid niet in pacht en weet ook niet zo goed wat mijn verhaal toevoegt. Ik hoop iets goeds.

 

Alle Liefs,

Esther

 

 

© Esther Oldenziel

Ode aan je Leven

juni 2017

  

PS. Dit is mijn persoonlijke verhaal wat ik op 5 juni 2017 op mijn Facebook-pagina postte. Verschillende mensen lieten mij weten dat mijn verhaal iets toevoegt aan bijvoorbeeld de manier waarop ouders naar hun kinderen (dochters) kijken en met hen communiceren. Dat is waardevol en heeft mij doen besluiten om mijn verhaal ook via mijn website, LinkedIn en Twitter te delen.

 

Verder praten? Bereik me via mail of 06-489 64 655.